De VNK-scriptieprijs 2016-2017

Om het onderzoek naar de Nederlandse kerk- en religiegeschiedenis te bevorderen en aan de resultaten van dit onderzoek meer bekendheid te geven heeft het bestuur van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (VNK) een scriptieprijs ingesteld. 

De prijs, bestaande uit een oorkonde alsmede een geldbedrag van 500 euro wordt in principe elk jaar uitgereikt tijdens de voorjaarsvergadering van de vereniging.

 

Voorwaarden om voor de VNK-scriptieprijs in aanmerking te komen

Naar de prijs kunnen meedingen personen die in het academisch jaar dat aan de voorjaarsvergadering voorafgaat aan een Nederlandse of buitenlandse universiteit een Masterscriptie hebben geschreven en mede op basis daarvan in het betreffende academisch jaar hun Masterdiploma hebben behaald.   

De scriptie moet geschreven zijn in het Nederlands of in een van de andere moderne talen: Engels, Frans of Duits.

De scriptie moet door de referent/beoordelaar beoordeeld zijn met minimaal een acht, c.q. van de kwalificatie ‘goed’ zijn voorzien. Is er sprake van een beoordeling door een referent en een co-referent, die beiden een cijfer hebben gegeven, dan moet het gemiddelde cijfer minimaal een acht zijn.

De scriptie moet een originele bijdrage vormen tot het vakgebied van de Nederlandse kerk- en/of religiegeschiedenis. Die originaliteit kan betrekking hebben op het onderwerp; de vraag- en doelstelling; de stijl, het gebruikte (gedrukte of ongedrukte) bronnenmateriaal en/of de interpretatie daarvan; en/of de mate van interdisciplinariteit.

De thematiek van de scriptie moet interessant en relevant genoeg zijn om via de VNK voor het voetlicht te brengen als een voor de VNK belangrijk onderzoeksthema.

 

Aanvullende regelingen

Personen die willen meedingen naar deze scriptieprijs moeten binnen één jaar na het behalen van hun Masterdiploma drie exemplaren van hun scriptie insturen naar het secretariaat van de VNK. De deadline voor inzending is 15 september van ieder kalenderjaar. Inzenders krijgen binnen veertien dagen na 15 september een bericht van ontvangst. Bijgevoegd moet zijn:

1.       Een kopie van het beoordelingsformulier waarop het behaalde cijfer staat. Dit formulier moet voorzien zijn van de handtekening van de beoordelaar(s) en de datum waarop het Masterexamen is afgelegd.

2.       Een curriculum vitae. 

Wanneer het aantal ingezonden scripties minder is dan vijf, dan zullen de scripties meegenomen worden naar het volgende jaar.

Op 15 september 2017 sluit de inzendtermijn voor de scripties die in het academisch jaar 2016-2017 zijn vervaardigd en in de periode tussen 1 september 2016 en 1 september 2017 geleid hebben tot een Masterdiploma.

De ingestuurde scripties worden beoordeeld door een jury, ingesteld door het bestuur van de VNK. De uitslag wordt na de uitreiking van de prijs gepubliceerd op de website van de VNK en in verkorte vorm in het tijdschrift van de vereniging: Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis.

De auteurs van de ingezonden scripties worden uitgenodigd voor de voorjaarsvergadering. De winnaar wordt vooraf niet bekend gemaakt. Hij/zij krijgt de gelegenheid tijdens de betreffende vergadering kort iets te zeggen over de inhoud van zijn/haar scriptie.

Na inzending zijn de ingezonden scripties eigendom van de VNK. Over de uitslag van de beoordeling kan niet worden gecorrespondeerd.

De auteur van de bekroonde scriptie publiceert een deel of een samenvatting van zijn/haar scriptie in het Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (3000 woorden).

 

Informatie

Voor nadere informatie met betrekking tot de VNK-scriptieprijs kan contact worden opgenomen met de secretaris van de vereniging: drs. Christiaan Ravensbergen: Haarlemmer Houttuinen 65a, 1013 GM Amsterdam, kerkgeschiedenis@gmail.com, +31 6 38545779.

VNK-scriptieprijs 2015-2017 (uitgereikt op zaterdag 17 maart 2018)

Op zaterdag 17 maart 2018 ontving Susanne de Jong (MA) de VNK-scriptieprijs 2015-2017 voor haar masterscriptie ‘Read some good, devout Dutch books’. Laypeople, Books and Religious Reading in the Late Medieval Low Countries (Research Master’s Thesis, ReMa Classical, Medieval and Renaissance Studies Univerity of Groningen. prof. dr. Sabrina Corbellini). De voorzitter van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis, prof. dr. Mirjam de Baar, overhandigde haar de prijs op de voorjaarsbijeenkomst, die die gehouden werd in een zaal van de Protestantse Theologische Universiteit (Vrije Universiteit, Amsterdam). De voorzitter van de jury, prof. dr. Peter Raedts, schreef naar aanleiding van de scriptie van Susanne de Jong het volgende:

Als het gaat over godsdienst in de Nederlanden in de late Middeleeuwen, dan denken wij meestal direct aan de Moderne Devotie. Al in de negentiende eeuw werd de Moderne Devotie gezien als bij uitstek Nederlands. Daar aan de oevers van de IJssel, zo gaat het verhaal, ontwikkelde zich in de late Middeleeuwen een godsdienstigheid die gekenmerkt werd door haar eenvoud en soberheid enerzijds en haar voorliefde voor goed en degelijk onderwijs anderzijds. Het hoofd van de school in Deventer, Alexander Hegius, de leermeester van Erasmus, kon als model gelden van die Nederlandse voorliefde voor een goed onderbouwde simpele godsdienstigheid. Zowel katholieken als protestanten beschouwden de Moderne Devoten als hun behorend tot hun voorvaderen, wat heel duidelijk blijkt uit het feit dat zowel in katholieke als protestantse kring het beroemdste boek dat deze beweging produceerde De imitatione Christi van Thomas à Kempis, naast de Bijbel het meest gelezen godsdienstige boek werd en dat bleef tot in de twintigste eeuw.

Met dat prachtige verhaal wordt in deze scriptie korte metten gemaakt. En dat gebeurt op een heel eenvoudige en doorzichtige manier. De auteur concentreert zich op de analyse van één enkele brief uit de 14e of 15e eeuw, bewaard in de universiteitsbibliotheek van Nijmegen, die geschreven is door een onbekende auteur, we weten niet eens of het man of een vrouw was, en die gericht was aan een ‘gheminde dochter’, een ontwikkelde, waarschijnlijk getrouwde vrouw die om advies had gevraagd over hoe ze haar godsdienstig leven het beste vorm kon geven.

Daarmee sluit de auteur aan bij een nieuwe richting in het boekonderzoek waarin de lezer centraal staat, dus niet langer de producent van het boek maar de consument. Dergelijk onderzoek met als uitgangspunt de vraag hoe en waarom mensen lazen, is, zo merkt de auteur op, wel gebeurd voor de vroegmoderne tijd maar nog niet voor de late Middeleeuwen. Bovendien als het gaat om lezers heeft het onderzoek zich beperkt tot zogenaamde ‘professional users’ van godsdienstige teksten. Daarmee worden priesters en mannelijke en vrouwelijke kloosterlingen bedoeld. De idee was dat voor leken godsdienstige boeken geen belangrijke rol speelden in hun religieuze vorming, maar dat zij eerder luisterden naar preken en toeschouwers waren bij religieus theater. Pas de laatste jaren is uit nieuw onderzoek gebleken dat leken wel degelijk gretig godsdienstige boeken lazen en dat ontwikkelde vrouwen een belangrijk deel vormden van de lezende leken. De vrouw aan wie deze brief gericht is, is daarvan een sprekend voorbeeld.

Bovendien wordt steeds meer in twijfel getrokken of de Moderne Devoten wel het monopolie hadden bij de productie van religieuze teksten. Pas de laatste jaren is gebleken dat er naast de Moderne Devotie nog andere religieuze bewegingen waren die hun eigen literatuur produceerden, zoals Observante Franciscanen. Met andere woorden gelovige mannen vrouwen hadden veel opties om hun godsdienstig even vorm te geven. De auteur citeert met instemming John van Engen, een Amerikaans geleerde en een groot kenner van de Moderne Devotie. Van Engen concludeerde dat in de vijftiende eeuw het religieuze landschap in de Nederlanden totaal veranderde, dat godsdienst niet langer een zaak was van beroepskrachten, maar dat leken, mannen en vrouwen, door religieuze boeken te lezen hun geloof wilden verruimen en verdiepen. De brief die in deze scriptie centraal staat, is een sprekend voorbeeld van die veel ruimere verspreiding van godsdienstige literatuur.

Wat in de brief zelf vooral opvalt is hoe gedetailleerd de auteur het dagelijkse godsdienstige leven van de vrouw aan wie de brief geschreven is, probeert te regelen. Als ik het goed lees, werd de vrouw aangeraden om zo ongeveer de hele dag te bidden. De vrouw moest om vijf uur ’s morgens opstaan waarna ze drie gebedsuren uit het officie van de Maagd Maria moest lezen, en uit het officie van de Heilige Geest, dan gebeden van Heinrich Suso, waarna zij moest mediteren over het lijden van Christus. En dat alles moest gebeuren, voordat de Mis begon. De Mis zelf moest zij aandachtig volgen en weer moest zij zich concentreren op het lijden van Christus. Direct na de Mis moest ze zich wijden aan het middaggebed, dat weer kwam uit het officie van Maria en van de Heilige Geest. Om elf uur moest ze de lunch gebruiken en daar na moest zij een wandeling in de tuin gaan maken. Daarna mocht ze eindelijk een uur rust nemen, waarna ze weer moest mediteren over het lijden van Christus. Pas daarna was het haar toegestaan eindelijk even tijd besteden aan haar gewone huiselijke werkzaamheden. Maar direct daarna moest ze een vroom boek gaan lezen en om vier uur de Vespers bidden, weer uit het officie van Maria en de Heilige Geest. Om zes uur mocht ze het avondeten gebruiken, maar direct daarna moest ze het avondgebed bidden, ook uit het officie van Maria en de Heilige Geest. Voor het naar bed gaan, moest zij nadenken over wat ze die dag gedaan had, ze moest haar zonden belijden en om vergiffenis vragen. Om tien uur mocht ze eindelijk naar bed. Hoe dit allemaal gecombineerd kon worden met een normaal dagelijks leven, wordt mij niet helemaal duidelijk. Blijkbaar heeft de auteur hieraan ook haar twijfels, want zij sluit af met de relativerende opmerking dat uit de brief niet blijkt of al deze instructies inderdaad ook werden opgevolgd. Alles bij elkaar genomen geeft deze studie een fascinerend inzicht in het dagelijkse godsdienstige leven van een gewone getrouwde vrouw uit de late Middeleeuwen, die ons laat zien hoe ze het beste kon lezen en wat ze daarvan kon opsteken. Natuurlijk is de hier bestudeerde brief gericht aan een ontwikkelde vrouw uit de betere kringen, maar zij bewijst dat een actief godsdienstig leven niet langer beperkt was tot priesters en kloosterlingen, maar dat ook leken nu in staat geacht werden meer te doen dan alleen luisteren en gehoorzamen.

Peter Raedts

Tweede keer de VNK_scriptieprijs uitgereikt (op 14 maart 2015 in de Grote Vermaning te Haarlem).

Beoordeling scripties ten behoeve van de VNK-scriptieprijs 2014-2015 lees verder.


Bij de foto van de inzenders, van links naar rechts: Nanouschka Wamelink, Nienke de Jong, Klaas Douwes en Jos de Weerd (en juryvoorzitter Joep van Gennip, nog net zichtbaar).


Jos van Weerd neemt de VNK-scriptieprijs 2014-2015 in ontvangst. De prijs werd uitgereikt door juryvoorzitter Joep van Gennip.

Eerste VNK scriptieprijs uitgereikt (op 15 maart 2014 in de St. Gertrudiskapel in Utrecht).

Het juryrapport van de VNK-scriptieprijs lees verder. Voor de tekst van de winnende scriptie Klik hier.


De genomineerden voor de scriptieprijs op een rij. V.l.n.r. An-Katrien Hanselaer (Universiteit Gent), Marlot Akkermans (Rijksuniversiteit Groningen) en Coen de Boer als vervanger van zijn broer David (Rijksuniversiteit Utrecht).


Coen de Boer neemt de VNK scriptieprijs 2014 in ontvangst voor zijn broer David, die voor studiedoeleinden in Amerika verbleef. De prijs werd uitgereikt door prof.dr. Jan Jacobs (voorzitter VNK). Naast hem prof. dr. Mirjam de Baar (voorzitter van de jury en bestuurslid VNK).